Tienerdienst Vinkenbuurt

Liturgie Goede Vrijdag, 19 april 2019 om 19.30 uur Gereformeerde kerk Ommen

Stilte

(We gaan staan.)

Het kruis wordt binnengedragen.

Lied 247: 1 ‘Blijf mij nabij wanneer het duister daalt’

(We gaan zitten.)

Gebed

Lied Bleibet hier und wachet mit mir (MuSis),
overlopend in de lezing: Lukas 22:39-46

Hans Getsemane
39Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. 40Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: ‘Bid dat jullie niet in beproeving komen.’ 41En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde daarna neer om te bidden.
//
Hij bad: 42‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’43Uit de hemel verscheen hem een engel om hem kracht te geven. 44Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond.
//
45Toen hij na zijn gebed opstond en terugliep naar de leerlingen, zag hij dat ze van verdriet in slaap waren gevallen, 46en hij zei tegen hen: ‘Waarom slapen jullie? Sta op en bid dat jullie niet in beproeving komen.’

Lied 571 ‘In stille nacht houdt Hij de wacht’


Thea Gevangen
47Terwijl hij nog sprak, kwam er opeens een horde mensen aan. Voorop liep de man die Judas heette, een van de twaalf; hij ging naar Jezus toe om hem te kussen. 48Maar Jezus zei tegen hem: ‘Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?’ 49Toen degenen die bij hem stonden zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: ‘Heer, zullen we er met het zwaard op los slaan?’ 50En een van hen sloeg in op de dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. 51Maar Jezus zei: ‘Houd daarmee op. Zo is het genoeg!’ Hij raakte het oor aan en genas de man.52Tegen de hogepriesters en tempelwachters en de oudsten van het volk die op hem afgekomen waren, zei hij: ‘Als tegen een misdadiger bent u uitgetrokken met zwaarden en knuppels? 53Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.’

Lied 598 ‘Als alles duister is’ (herhaald; MuSis)


Thea Verloochend
54Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. 55Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus voegde zich bij hen. 56Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: ‘Die man hoorde er ook bij!’ 57Maar hij ontkende het: ‘Ik ken hem niet eens!’58Even later merkte een ander hem op en zei: ‘Jij bent ook een van hen!’ Maar Petrus zei: ‘Welnee man, helemaal niet.’ 59En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: ‘Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.’ 60Maar Petrus zei: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. 61De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.’ 62Hij ging naar buiten en huilde bitter.


Gedicht (Margreet Spoelstra)

Hans
Blijf bij me
want de dag versmalt
nog even, en de nacht
zal het licht verjagen

blijf bij me
want het donker dreigt
met eindeloosheid

blijf bij me
want de nacht vertelt niet
of de morgen komt

blijf bij me
als je kunt
help me het zwart te verdragen
hou de nacht met me uit

zing me
liedjes van liefde
vertel me verhalen van licht
en
als je kunt
dat na de nacht de
de morgen komt.


Marlies Het verhoor
63De mannen die Jezus gevangenhielden, dreven de spot met hem en geselden hem. 64Ze blinddoekten hem en zeiden: ‘Profeteer nu maar, wie is het die je geslagen heeft?’ 65En ze zeiden nog tal van andere lasterlijke dingen tegen hem.
66Toen het dag werd, kwam de raad van oudsten van het volk bijeen, hogepriesters zowel als schriftgeleerden, en ze leidden hem voor in hun raadszitting. 67Ze zeiden: ‘Als u de messias bent, zeg het ons dan.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Als ik het u zeg, gelooft u mij toch niet. 68En als ik een vraag stel, antwoordt u toch niet. 69Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.’ 70Toen zeiden allen: ‘U bent dus de Zoon van God?’ Hij antwoordde: ‘U zegt dat ik het ben.’ 71Ze zeiden: ‘Waarvoor hebben we nog getuigenverklaringen nodig? We hebben het immers zelf uit zijn eigen mond gehoord!’

Lied 558: 6 en 7


Marlies Voor Pilatus
231Ze stonden allen op en leidden hem voor aan Pilatus.
2Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: ‘We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.’ 3Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het.’ 4Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: ‘Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.’ 5Maar ze bleven hardnekkig beweren: ‘In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!’ 6Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam, 7en toen hij besefte dat hij onder Herodes’ gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef.
8Herodes was bijzonder blij toen hij Jezus zag, want hij wilde hem al heel lang ontmoeten omdat hij veel over hem gehoord had. Bovendien hoopte hij hem een wonder te zien doen. 9Hij ondervroeg hem uitvoerig, maar Jezus antwoordde hem niet één keer. 10De hogepriesters en de schriftgeleerden die erbij stonden, brachten zware beschuldigingen tegen hem in. 11Hierop begonnen Herodes en zijn soldaten Jezus te honen, en ze dreven de spot met hem door hem een pronkgewaad om te hangen. Zo stuurde hij hem terug naar Pilatus. 12Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden, terwijl ze altijd elkaars vijanden waren geweest.

Mag ik dan bij jou - MuSis


Marlies Barabbas
13Pilatus riep de hogepriesters en de leiders en het volk bij zich 14en zei tegen hen: ‘U hebt die man voor mij gebracht als iemand die het volk van het rechte pad afbrengt, maar u weet dat ik hem, toen ik hem in uw bijzijn verhoorde, aan geen van de zaken waarvan u hem beticht schuldig heb bevonden. 15En Herodes evenmin, hij heeft hem immers naar ons teruggestuurd; hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat. 16Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.’ 18Maar ze begonnen met zijn allen luidkeels te schreeuwen: ‘Weg met hem! Laat Barabbas vrij!’ 19Deze laatste was gevangengezet wegens een oproer dat in de stad had plaatsgevonden en wegens moord. 20Pilatus praatte opnieuw op hen in omdat hij Jezus wilde vrijlaten. 21Maar ze schreeuwden het uit: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ 22Voor de derde maal zei hij tegen hen: ‘Wat voor kwaad heeft die man dan gedaan? Ik heb niets gevonden waarvoor hij de doodstraf verdient. Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.’23Maar ze bleven luidkeels eisen dat hij gekruisigd zou worden, en met hun geschreeuw wonnen ze het pleit: 24Pilatus besloot hun eis in te willigen. 25Hij liet de man gaan die wegens oproer en moord gevangen was gezet en om wiens vrijlating ze hadden gevraagd, en leverde Jezus uit aan hun willekeur.

Lied Iona nr. 27 ‘Ik ga eenzaam straten door’ (refrein door allen)
1. Ik ga eenzaam straten door,
en Ik kom bij de armsten daar,
vriend van volk dat vergeten wordt,
maar jij sluit Me buiten.

Refrein

O    Heer,  wat deden we   fout?   Waarom blijft U   zo  ver van  ons.

 

2. Ik ben bij je raam gaan staan,
Ik zocht jou, klopte bij je aan –
maar jij vroeg wie je storen kwam,
hield jouw deur gesloten. Refrein

3. Ik gaf wat je nodig had,
al mijn spijkers en mijn eikenhout,
alles waar een mens een kerk mee bouwt –
maar jij richt een kruis op. Refrein

4. Ik zorg dat de blinde ziet,
geef je licht in je ogen terug –
maar jij knijpt stijf je ogen dicht,
kijkt nooit in de mijne. Refrein


Hans Simon van Cyrene
26Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen. 27Een grote volksmenigte volgde Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst sloegen en over hem weeklaagden. 28Jezus keerde zich echter naar hen om en zei: ‘Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen, 29want weet, de tijd zal aanbreken dat men zal zeggen: “Gelukkig wie onvruchtbaar is, gelukkig de moederschoot die niet gebaard heeft en de borst die geen kind heeft gezoogd.” 30Dan zullen de mensen tegen de bergen zeggen: “Val op ons neer!” en tegen de heuvels: “Bedek ons!”31 Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan?’ 32Samen met Jezus werden nog twee anderen, beiden misdadigers, weggeleid om terechtgesteld te worden.

Thema Schindler’s List – Chloë of met Henk samen

Via Dolorosa – MuSis


Hans Golgotha
33Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. 34Jezus zei: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen. 35Het volk stond toe te kijken. De leiders hoonden hem en zeiden: ‘Anderen heeft hij gered; laat hij nu zichzelf redden als hij de messias van God is, zijn uitverkorene!’ 36Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan, 37terwijl ze zeiden: ‘Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan!’38Boven hem was een opschrift aangebracht: ‘Dit is de koning van de Joden’.39Een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen hem: ‘Jij bent toch de messias? Red jezelf dan en ons erbij!’ 40Maar de ander wees hem terecht met de woorden: ‘Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat?41Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.’ 42En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’ 43Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’
44-45Rond het middaguur werd het donker in het hele land doordat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. 46En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit.

Lied 590: 1 ‘Nu valt de nacht’

Doven Paaskaars

Stilte

Wegdragen kaars

Erbarme dich – Chloë of samen met Henk


Hans Begrafenis
47De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!’ 48De mensen die voor het schouwspel samengekomen waren en de gebeurtenissen hadden gadegeslagen, keerden terug naar huis, terwijl ze zich op de borst sloegen. 49Alle mensen die Jezus gekend hadden waren op een afstand blijven staan, ook de vrouwen die hem vanuit Galilea gevolgd waren en alles hadden zien gebeuren.
50-51Er was ook een man die Josef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimatea. Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte en niet had ingestemd met het besluit en de handelwijze van de raad. 52Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. 53Nadat hij het lichaam van het kruis had gehaald, wikkelde hij het in linnen doeken en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt. 54Het was de voorbereidingsdag, de sabbat was bijna aangebroken. 55De vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea, volgden Josef naar het graf om het te bekijken en om te zien hoe Jezus’ lichaam er werd neergelegd. 56Daarna gingen ze naar huis en bereidden ze geurige olie en balsem. Op sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.

Lied 590: 3 en 4

Luthers avondgebed
V Heer,
G blijf bij ons,
V want het is avond en de nacht zal komen.

G Blijf bij ons en bij Uw ganse kerk,
V aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.

G Blijf bij ons
V met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw Woord en Sacrament.

G Blijf bij ons,
V wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.

G Blijf bij ons
V in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid.
G Amen

Stilte