Activiteitenformulier Gele Katern
lllll

header3

Hans Baart

Dominee Hans Baart woont sinds medio augustus in Ommen. Wie is hij en wat wil hij gaan doen in Ommen? Tijd voor een kennismaking.

Hans Baart is 49 en getrouwd met Gerdien. Zij hebben drie kinderen: Maartje, de oudste, heeft vorig schooljaar haar VWO-diploma gehaald, de middelste heet Teike en hij zit op het Vechtdal-college, en Rhodé de jongste zit op het Koloriet.

Hans kan goed klussen, maakt graag muziek, vindt reizen leuk, kijkt het liefst naar Engelse detectives maar is vooral met plezier en passie dominee.


Op de vraag wat Hans tot nu toe van Ommen vindt, antwoordt hij: “levendig! Vooral de zomer die ik heb meegemaakt: Bissingh, toerisme, volle campings , bootjes op de Vecht”.
Dominee Hans Baart is op zondag 23 september verbonden aan de gereformeerde kerk in Ommen/Witharen. Twee dingen zijn Hans tot nu toe opgevallen. Eén: “Het is echt een grote kerk, met veel mensen. Ik merk dat lang niet iedereen elkaar kent. Maar er is wel een grote betrokkenheid op geloof en bijbel, en dat is mooi. Als tweede viel me op – en ik kan het niet anders zeggen: een eindeloze hartelijkheid! Je bent overal welkom. Geweldig.”
Hans heeft hoge verwachtingen van het komende jaar waarin tot de zomer het accent zal liggen op kennismaking. In principe hoopt Hans met iedereen kennis te kunnen maken, tenzij mensen aangeven dat niet op prijs te stellen. “Gesprekken kunnen maximaal drie kwartier duren, schat ik in. Na een aantal maanden wil ik het gevoel hebben dat ik al veel mensen heb ontmoet.” Omgekeerd heeft hij ook hoge verwachtingen van de gemeente. Hij rekent erop dat het geen kerk is, waar mensen achterover zittend gaan beoordelen hoe de predikanten het doen. Kerk ben je samen. Iedereen telt mee. Dat is een zegen, maar ook een uitdaging voor elk lid: hoe doe ik eigenlijk mee?”
“Ik zie dat de kerkdienst een heel belangrijke plek heeft in het zelfbewustzijn van deze gemeente. Tegelijkertijd hoor ik dat gezinnen het best lastig vinden om naar de kerk te komen of zich anders verbonden te weten. Ik hoop daar met ouders en jonge mensen samen een steentje aan bij te kunnen dragen. Persoonlijk contact zal ook hier het belangrijkst zijn. Je moet elkaar kennen, vertrouwen en gaan mogen. Voor je het doorhebt zit je samen zomaar een diep gesprek te voeren. Voor jonge mensen hoop ik dat er iets moois tussen ons groeit, maar ook gun ik ze onderling hun kerkvriendschappen: dat ze elkaar graag tegenkomen op catechisatie of als ze samen een weekend op pad gaan. Kerk en geloof zijn nooit erg flitsend voor pubers of jongvolwassenen. Dat vond ik zelf ook al, toen ik die leeftijd had. Maar het gaat wel ergens om. Dan is het fijn om niet alleen te staan, maar het samen goed te hebben.”
Aandacht voor de middengeneratie is Hans in zijn predikantschap gaan ontwikkelen. Is er nog meer dat hem bezighoudt? “Wat voor mij altijd belangrijk is geweest, is de oecumene, het samendoen als kerken en geloofsgemeenschappen. En daarnaast dat de kerk ook een rol heeft in de samenleving. Beide ben ik altijd gewend geweest en ik hoop ook in Ommen daar weer sporen van te vinden of te trekken. Maar ik weet nog helemaal niet wat er in Ommen speelt en wat er al gebeurt. Dat ga ik eerst maar eens ervaren. Ik hoop dat we ook in Ommen als kerken niet verdrinken in onszelf. De hoofdvraag van een kerk is voor mij: waar waren we ook alweer kerk voor? Voor gelikte kerkdiensten en een gesmeerde organisatie? Of om ons af te vragen: wat zou de Eeuwige van ons verlangen, hier in deze plek? Je ziet bijvoorbeeld in veel dorpen en steden de laatste jaren steeds meer fragmentatie. Soms komen mensen zelfs tegenover elkaar te staan door religieuze verschillen, of door inkomensverschillen. Het vertrouwen naar elkaar toe neemt af. Daar kan de kerk die al eeuwen verzoening preekt, wellicht bruggen slaan en bruggen overgaan. Een moslima in Driebergen werd op de winkelstraat toegesist ‘doe je hoofddoekje toch af’. Als je dat hoort, sta je als gelovige en als kerk gelijk voor een uitdaging. Wat kun je als geloofsgemeenschap bijdragen aan onderling contact en vertrouwen? Het is prima om je ‘eilandje’ te hebben, maar wat is het leuk om vanuit verzoening en vergeving verschillen te overbruggen. Geloven houdt niet op bij de brug die God geslagen heeft tussen Hem en de mensen: mensen mogen ook onderling ook bruggen durven slaan.”


Welke landelijke ontwikkelingen op kerkelijk gebied ziet u en wat gaat Ommen merken van die ontwikkelingen?

“Positief vind ik de aandacht voor missionair kerk zijn: een dure term voor ‘kerk naar buiten’, kerk in je buurt, dorp, stad of land. Daar had ik het net al over. Boeiend vind ik de landelijke trend van pioniersplekken. Dat zijn nieuwe vormen van kerkzijn voor mensen die niet (meer) naar een kerk gaan. Vragen over geloven die spelen binnen of buiten de kerken in Ommen zou je misschien wel kunnen benaderen vanuit een hele nieuwe opzet, met alle ruimte voor experiment, in plaats van vasthouden aan gevestigde structuren die soms gewoon te weinig ruimte bieden. Landelijk zie je dus overal plekken ontstaan waar mensen met geloven bezig kunnen zijn, zonder dat dat direct in een kerkelijk kader moet staan. Wat het ook voor pioniersplekken zijn, het zijn altijd dé plekken waar mensen bezig zijn met de vraag ‘wat is geloven nu?’
Wat Ommen daarvan merkt? Dat weet ik niet. Als het waar is dat ook in Ommen vooral jonge mensen en gezinnen steeds lastiger hun plek vinden in de gevestigde kerken, zullen we dat als geloofsgemeenschap onder ogen moeten zien. En dan niet daar niet alleen een probleem van maken, maar kansen in zoeken. Ik verwacht niet direct dat dat uitloopt op het oprichten van een pioniersplek, maar misschien zal openheid voor experiment en verandering binnen de kerken wel nodig zijn.”


Hoe wilt u mensen helpen met dit soort veranderingen?

“Een goede vraag. Hoe ik dat het beste kan doen, is door er nog even geen antwoord op te hebben. Een predikant is nooit een verkapte messias die wel even met een oplossing komt. Net zoals de bijbel geen boek is met het antwoord, maar een boek over het Woord. Wellicht dat de predikant het voordeel heeft dat hij over sommige dingen net iets meer gelezen en nagedacht heeft en op die manier iets in de groep kan gooien wat helpt – maar hij komt niet direct met de oplossing. Twee woorden zijn voor mij wel van belang: 1. samen, en 2. creatief. We kunnen het alleen met elkaar als gemeenteleden en samen met andere kerken, en we zullen bereid moeten zijn om los te laten wat gewoon is. Out of the box. En voor dat laatste hebben we elkaar weer nodig. Mijn creativiteit is ook maar beperkt. Dat vraagt dus om tijd om te verkennen wat er eigenlijk aan de hand is.
En op een gegeven moment moeten we ook gewoon maar wat gaan doen, in hoop van zegen en zonder angst voor missers. Wat ik hoop is dat ik hier vooral mijzelf kan en mag inbrengen. Je kunt op mij rekenen, dat zeker!”


In uw vorige gemeente was u actief op het grensvlak kerk en burgerlijke gemeente. Is dat een taak van de kerk?

“Ik zou daar volmondig ja op willen zeggen. De kerk is geen eiland en het mooie van de kerk is dat we ergens in geloven: in het goede leven als geschenk van God voor iedereen. Geloven is een werk-woord. Een kerk noemt zich het lichaam van Jezus en zal steeds weer proberen die naam waard te zijn. Als we naar Jezus kijken zien wij dat Hij midden in de samenleving actief was, doorgaans in de kleine dorpen. Wat Jezus in de samenleving doet is geen uitwerking van een beleidsplan, maar is doen wat zijn hand vindt om te doen: de zegen voor een kind, de aandacht voor zieken en gehandicapten onderweg, wat brood voor wie honger heeft, maar ook aanwezig op een bruiloftsfeest. Daar is Hij, op Gods manier aanwezig.
Als wij Hem daarin willen navolgen, dan hebben wij daaraan onze handen vol. Dat kan in hele kleine simpele dingen, als je je ogen maar niet dicht hebt. Verandert daardoor de stad, de buurt waarin je woont? Ik denk het wel maar net zo belangrijk: je verandert zelf! Je ontdekt dat je als mens een kanaal mag zijn van Gods liefde en gaat steeds meer op zoek hoe je dat kunt zijn. Je wordt gaandeweg steeds creatiever. Dus ja, de kerk moet gericht zijn op de samenleving. Hoe kun je kerk zijn zonder die drang naar buiten, om voor je omgeving van betekenis te zijn? Zelfs een korrel zout in het eten maakt al een verschil, je proeft het!”


U voelt zich betrokken bij het vraagstuk Israël – Palestina. Waarin is die betrokkenheid zichtbaar?

“Er is een groot conflict gaande. En wat we vooral moeten zien te voorkomen, is dat we het conflict importeren naar hier. Dan krijg je alleen maar boze koppen tegenover elkaar en drukken we elkaar in een hoek van pro en contra. Dat gebeurt in veel kerken nog wel eens. Daar help je niemand mee, je eigen kerk niet, God zeker niet, zijn koninkrijk niet en die mensen daar al helemaal niet.
Mijn betrokkenheid is vooral ontstaan sinds ik meerdere keren in Israël en de Palestijnse Gebieden ben geweest. Ik heb heel wat gesprekken gehad met Joden en met Palestijnen en raakte doordrongen van de diepte van de narigheid: onrecht voor Palestijnen, angst onder Joden. Ik kwam daardoor onder de indruk van vredesinitiatieven aan Joodse zijde. Wat voor mij een eyeopener was waren de gesprekken met christelijke Palestijnen. Het raakte me hoe zij de bijbel als bron van leven ervaren te midden van conflict. Ze leren de vierde weg: niet die van gewelddadig verzet tegen hun bezetter, niet die van bij de pakken neer zitten, niet die van verhuizen naar het buitenland maar de weg van geweldloos verzet door lief te hebben. Door in de ander pertinent geen vijand te zien, maar een medemens met angsten en verlangens net zoals jij. Dat leidt tot verrassende situaties en bijzondere ontmoetingen. Het is geen soft gebeuren: er is verzet door te benoemen wat niet goed is. Maar het wordt gedragen door het liefdesgebod van Christus.
Palestijnse christenen vervullen hierin een brugfunctie. Zij weigeren de ander te zien als hun vijand maar laten zichzelf ook niet als vijand benoemen door de ander. Zo zijn zij dagelijks creatief om een weg van vrede te gaan. Een prachtige plek vind ik zelf ‘Tent of Nations’ op de Westelijke Jordaanoever, vlakbij Betlehem. Hun vreedzaam verzet is om mensen uit te nodigen van over de hele wereld. Ze ontmoeten elkaar en zien hoe het is om te leven onder bezetting. En ondertussen werken ze samen op het land en houden ze de boerderij overeind. Ze leven het geloof van Paulus: het kwade te overwinnen door het goede.
Zichtbaar wordt mijn betrokkenheid in vertaalwerk: met nog een paar theologen vertalen we vooral Palestijnse theologen naar het Nederlands, zodat hun stem ook hier gehoord wordt.”


Hoe zie je de toekomst van de kerk, ook hier in Ommen ?
“Kerk van de toekomst heeft wat mij betreft iets van samen sterk. De kerk had ooit iets van een verzorgingskerk zoals er ook een verzorgingsmaatschappij was: de kerk kwam wel naar je toe in de vorm van huisbezoek en dergelijke. Dat kan niet meer, al was het maar door meer vraag van bijvoorbeeld ouderen en minder vrijwilligers. Omgekeerd kan het niet zo zijn dat we in de huidige participatiemaatschappij als kerk ook een soort participatiekerk worden: je krijgt alleen bezoek als je erom vraagt en je telt dus eigenlijk alleen mee als je voor jezelf op kunt komen, je kunt laten gelden in die kerk. Het kan natuurlijk niet anders dan dat mensen ook in de kerk zich mondig gedragen: niet gaan zitten wachten tot de kerk op je afkomt, maar zelf ook aangeeft wat je wilt en zelf ook meedoen. Maar zorg in de zin van aandacht geven zal er altijd zijn: christenen zullen hun naasten liefhebben. En dat is eerder een hand die uitgestoken wordt, dan een loket dat wacht tot er klanten zijn. Het is wel van deze tijd dat die hand niet alleen door dominees, diakenen en ouderlingen wordt uitgestoken, maar door iedereen.
Dus als je buurvrouw hulp nodig heeft en jij kunt die bieden, dan doe je dat. En al gebeurt dat niet door een ouderling: daar wordt de liefde van Christus doorgegeven. Geloof beweegt zich altijd weer naar buiten toe.”


Wat mogen mensen in Ommen en omgeving die geen lid zijn van een kerk van je verwachten?

“Ik zou het fantastisch vinden als mensen in Ommen mij durven geloven als ik zeg ‘je kunt bij mij terecht’. Er is een deur aan de Korhoenstraat 30 in wat vroeger een garage was, en als ik thuis ben is die deur open, ook voor wie geen lid is van ‘mijn’ kerk. Ze mogen van mij verwachten dat ik mij in de stad beweeg en belangstelling toon ook voor mensen die geen lid zijn van de kerk. Ik wil aanspreekbaar voor hen zijn, er voor hen zijn voor zover in mijn vermogen ligt. En daar mogen Ommenaren me aan houden!”

Volgende 8 diensten

Orde van dienst/Liturgie

Laatste kerkvensters