Kerkvensters
lllll

header3

Bevestiging ambtsdragers

Voor de dienst zingen wij Lied 868: 1, 2, 4, 5

Intocht kerkenraad en afkondigingen

Psalm 81: 1, 7, 8

Stil gebed – Onze hulp – Groet

Inleidend woord

Aandacht voor de symbolische schikking

Gebed van verootmoediging

Lied 836: 1, 4

Woord van vergeving

Gebod: Mat. 22: 35-40
35 Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: 36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod.
39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.
40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Lied 836: 2
(de kinderen van de kindernevendienst komen tijdens het naspel naar voren)

Gesprekje met de kinderen

Tijdens het lied ‘We gaan voor even uit elkaar’ gaan de kinderen naar de nevendienst

Gebed bij de opening van het Woord

Direct gevolgd door Lied 681 (3 x) met de Nederlandse tekst uit de ELB 152:
Kom tot ons, o heil'ge Geest,
in ons ontsteekt Gij 't vuur van uw liefde.
Kom tot ons, o heil'ge Geest,
kom tot ons, o heil'ge Geest.

Schriftlezing: Rechters 6: 1-15
1/2 Maar de Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde hij hen uit aan het volk van Midjan, dat hen zeven jaar achtereen kwam plunderen. Uit angst voor de Midjanieten richtten de Israëlieten in bergspleten, grotten en op andere moeilijk bereikbare plekken schuilplaatsen in. 3 Elk jaar wanneer het gewas op het veld stond, kwamen de Midjanieten, de Amalekieten en nog andere woestijnvolken uit het oosten aanzetten en vielen ze Israël binnen. 4 Ze sloegen er hun tenten op en vernietigden de oogsten, tot helemaal in Gaza. Niets lieten ze voor de Israëlieten over om van te leven, nog geen schaap, geen rund en geen ezel.
5 Als een zwerm sprinkhanen kwamen ze aanzetten met hun vee en hun tenten: een onafzienbare massa mensen en kamelen die het land binnenviel en alles verwoestte.
6 Door toedoen van Midjan verviel Israël tot bittere armoede, en het volk riep de HEER te hulp. 7 Toen de Israëlieten de HEER tegen de Midjanieten te hulp riepen, 8 stuurde hij een profeet, die hun zei: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik ben het die jullie uit Egypte heeft geleid, ik heb jullie verlost uit de slavernij. 9 Ik heb jullie bevrijd uit de greep van de Egyptenaren en van de volken die jullie hier bedreigden; die heb ik voor jullie weggejaagd en ik heb jullie hun land gegeven. 10 En ik heb jullie gezegd: Ook al wonen jullie nu in het land van de Amorieten, hun goden mogen jullie niet vereren want ik, de HEER, ben jullie God. Maar jullie hebben niet geluisterd naar wat ik zei.’ 11 Toen kwam er een engel van de HEER. Hij nam plaats onder de terebint bij Ofra, op het land van Joas, een afstammeling van Abiëzer. Joas’ zoon Gideon was juist bezig tarwe te dorsen. Om te zorgen dat de Midjanieten de tarwe niet zouden zien, deed hij dat in de wijnpers. 12 De engel van de HEER vertoonde zich aan hem en zei: ‘De HEER zij met je, dappere krijgsman.’ 13 ‘Mag ik u vragen, ‘antwoordde Gideon, ‘als de HEER ons werkelijk bijstaat, waarom overkomt dit ons dan allemaal? Waar blijft hij dan met zijn wonderbaarlijke daden, waarover onze voorouders hebben verteld? Uit Egypte heeft hij ze geleid, zeiden ze toch? Nu trekt hij zich in elk geval niets van ons aan en zijn we overgeleverd aan de Midjanieten!’ 14 Toen wendde de HEER zich tot Gideon en zei: ‘Toon je moed en bevrijd Israël, dat is mijn opdracht.’
15 ‘Mag ik u vragen, ‘antwoordde Gideon, ‘hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn familie heeft in onze stam, Manasse, niets in te brengen, en ikzelf ben de jongste van de familie.’

Lied 361: 1, 2, 3

Schriftlezing: Rechters 6: 16-24
16 De HEER antwoordde: ‘Dat kun je omdat ik je bijsta. Je zult de Midjanieten verslaan alsof je met niet meer dan één man te doen had.’ 17 Toen zei Gideon: ‘Heer, als ú het bent die tot mij spreekt en ik uw gunst geniet, geef me dan een teken. 18 Gaat u vooral niet weg, ik wil iets halen om u aan te bieden.’ ‘Goed, ‘antwoordde de HEER, ‘ik blijf hier totdat je terugkomt.’ 19 Gideon ging snel naar huis, maakte een geitenbokje klaar en bakte ongedesemd brood van een efa tarwebloem. Hij legde het vlees in een mand en goot het kookvocht in een kom, bracht het naar degene die onder de terebint zat te wachten en bood het hem aan.
20 De engel van God zei tegen hem: ‘Leg het vlees en de broden hier op dit rotsblok en giet het kookvocht erover uit.’ Gideon deed wat hem gevraagd was. 21 Toen raakte de engel van de HEER met het uiteinde van zijn staf het voedsel aan en meteen laaide er een vuur uit het rotsblok op dat het vlees en de broden verteerde. Tegelijk was ook de engel van de HEER verdwenen. 22 Toen begreep Gideon dat het een engel van de HEER was geweest, en hij riep uit: ‘Nee, HEER !Nee, mijn God! Ik heb oog in oog gestaan met een engel van de HEER !’
23 Maar de HEER stelde hem gerust: ‘Je hoeft niet bang te zijn, je zult niet sterven.’
24 Gideon bouwde op die plek een altaar voor de HEER, en noemde het ‘De HEER geeft rust’. Tot op de dag van vandaag staat dat altaar op het land van de afstammelingen van Abiëzer in Ofra.

Lied 361: 4, 5, 6, 7

Verkondiging: Dat kun je omdat Ik je bijsta!

Lied 362 (de kinderen komen terug)

Afscheid van de aftredende ambtsdragers
Presentatie van aantredende ambtsdragers
Gebed bij de bevestiging

Vragen aan de te bevestigen ambtsdragers

Gezongen gebed om de Heilige Geest: (melodie lied 415) (staande)

Zegen hen, Algoede,
neem hen in uw hoede
en verhef uw aangezicht
over hen en geef hen licht.

Stort, op onze bede,
in hun hart uw vrede,
en vervul hen met de kracht
van uw Geest bij dag en nacht!

Zegening


Vraag aan de gemeente:

Gemeente, wilt u deze ambtsdragers en contactpersonen in uw midden ontvangen
hen omringen met uw belangstelling, hen dragen in uw gebeden
en met hen meedenken en meewerken in de gemeente van Christus?

De gemeente antwoordt: JA, VAN HARTE!


Eventuele afkondigingen eventueel gevolgd door het zingen van Lied 951: 2


Gebeden

Collecte (tijdens de collecte kunnen de kinderen van de kinderoppas worden gehaald)

ELB 270

Ga nu heen in vrede, ga en maak het waar,
wat wij hier beleden, samen met elkaar.
aan uw daag’-lijks leven , uw gezin, uw werk,
wil u daaraan geven, daar bent u Gods kerk,
ga nu heen in vrede, Ga en maak het waar.

Ga nu heen in vrede, ga en maak het waar,
wat wij hier beleden, samen met elkaar.
neem van hieruit vrede, vrede mee naar huis,
dan is vanaf heden Christus bij u thuis,
ga nu heen in vrede ga en maak het waar.


Zegen

Na afloop van de dienst kunt u de nieuwe en vertrekkende ambtsdragers een hand geven

Volgende 8 diensten

Orde van dienst/Liturgie

Laatste kerkvensters