Home
lllll

Welkom bij PKN gemeenten Ommen

logo nieuw

Liturgie morgendienst 15 september 2019 om 9.30 uur in de Ger. kerk te Ommen

Voor de dienst zingen we lied 1001
Welkom en afkondigingen door Lidy Zwiers
Psalm 138: 2, 3
Stil gebed – Onze hulp – Groet
Lied 274
 
Inleidend woord
Gebed om ontferming
Lied van Gloria: ELB 351: Machtig God, sterke Rots
De kinderen van de kindernevendienst komen tijdens het naspel naar voren.
Gesprekje met de kinderen.
Nadat het zondagskind de kaars heeft aangestoken zingen we ‘We gaan voor even uit elkaar’
 
Gebed bij de opening van het woord
Schriftlezing: 1 Sam. 17: 31-50 door Lidy Zwiers
31 Davids vragen bleef niet onopgemerkt. Men vertelde het aan Saul, en die liet hem bij zich komen.
32  David zei tegen Saul: ‘We hoeven om die Filistijn toch niet de moed te verliezen, heer. Ik zal met hem het gevecht aangaan.’
33  ‘Maar je kunt hem toch onmogelijk aan, ‘wierp Saul tegen. ‘Jij bent nog maar een jongen en hij is al van jongs af aan gewend om te vechten.’
34  ‘Ik heb altijd de kudde van mijn vader gehoed, ‘antwoordde David. ‘Wanneer er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een geit uit de kudde te stelen,
35  ging ik erachteraan, overmeesterde hem en redde het dier uit zijn muil. En als hij me wou aanvallen greep ik hem bij zijn kaken en sloeg ik hem dood.
36  Leeuwen en beren heb ik verslagen en die onbesneden Filistijn zal het net zo vergaan, omdat hij de gelederen van de levende God heeft beschimpt!
37  De HEER, die me gered heeft uit de klauwen van leeuwen en beren, zal me ook redden uit de handen van deze Filistijn.’ ‘Ga dan, ‘zei Saul tegen David, ‘en moge de HEER je bijstaan.’
38  Hij gaf hem zijn eigen uitrusting en hielp hem die aan te doen: een bronzen helm voor op zijn hoofd en een borstkuras.
39  Ten slotte gordde David het zwaard om en probeerde een paar passen te lopen, omdat hij aan zo’n zware uitrusting niet gewend was. ‘Ik kan hier niet mee lopen, ‘zei hij tegen Saul, ‘ik ben dat niet gewend.’ En hij deed de uitrusting weer af.
40 Hij pakte zijn stok, zocht vijf ronde stenen uit de rivierbedding en stopte die in zijn herderstas. Toen liep hij op de Filistijn af, zijn slinger in de hand.
41  Met zware stappen kwam de Filistijn op David af, voorafgegaan door zijn schildknecht.
42  Hij nam David, een knappe jongen met rossig haar, geringschattend op
43  en zei: ‘Ben ik soms een hond, dat je met een stok op me af komt?’ En hij vervloekte David in de naam van zijn goden.
44  ‘Kom maar op, ‘zei hij, ‘dan maak ik jou tot aas voor de gieren en de hyena’s.’
45  ‘Jij daagt me uit met je zwaard en je lans en je kromzwaard, ‘antwoordde David, ‘maar ik daag jou uit in de naam van de HEER van de hemelse machten, de God van de gelederen van Israël, die jij hebt beschimpt.
46  Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren: ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen, en ik zal de lijken van de Filistijnen aan de aasgieren en de hyena’s ten prooi geven, zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft.
47  Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt en hij zal jullie aan ons uitleveren.’
48 Toen kwam de Filistijn op David af en wilde tot de aanval overgaan, maar David was hem te snel af. Hij rende hem tegemoet,
49  stak zijn hand in zijn tas en haalde er een steen uit, slingerde die weg en trof de Filistijn zo hard tegen het voorhoofd dat de steen naar binnen drong en de Filistijn voorover stortte.
50  Zo overwon David de Filistijn met een slinger en een steen; hij trof hem dodelijk zonder dat hij daar een zwaard bij nodig had.
 
ELB 188: ‘k Stel mijn vertrouwen (in canon)
Schriftlezing: Efeziërs 6: 10-17 door Lidy Zwiers
10 Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.
11  Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel.
12  Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
13  Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden.
14  Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst,
15  de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten,
16  en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.
17  Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.
 
Lied 801: 1, 3, 6
Verkondiging
Lied 902: 1, 5
(de kinderen van de kindernevendienst komen terug en overhandigen de voorbeden aan de voorganger)

[Eventuele afkondigingen eventueel gevolgd door het zingen van lied 951: 2]
 
Gebeden

Collecte (tijdens de collecte kunnen de kinderen van de kinderoppas worden gehaald)
Lied 416: 1, 2, 3
Zegen met gezongen ‘Amen’

Volgende 8 diensten

Orde van dienst/Liturgie

Laatste kerkvensters